Lee Towers

Lee Towers

DE IDEALIST DIE ZIJN DROMEN WAARMAAKT !
Waar moet een levensverhaal van Lee Towers mee beginnen? Die vraag is moeilijker beantwoord dan menigeen zal vermoeden. De Nederlandse zanger, die de afgelopen vier decennia telkens zijn persoonlijke en tal van nationale grenzen verlegde, heeft intussen zoveel mijlpalen achter zijn brede rug dat een volledige opsomming de ogen van de aandachtige lezer welhaast doet duizelen.. Bij een lichtvoetige introductie destijds (1987) in de Verenigde Staten werd de problematiek met het schetsen van een compact doch helder portret van hem handig ondervangen door te stellen: Lee Towers is voor zijn landgenoten wat Broadway is voor amusement minnend Amerika!

Grootspraak die vergelijking? Zeker niet, want Lee Towers is een fenomeen, dat zeker in die turbulente jaren tachtig, zijn weerga niet kende. In die carrièrefase heeft de ondernemende zanger annex showmaster bijna in zijn eentje Nederland rijp gemaakt voor zijn eigen ‘Deltaplan’ op het vlak van allurerijk amusement. De vaderlandse uitgaanscultuur kende weliswaar een aantal vaste waarden, maar daartoe behoorde zeker niet voldoende enthousiasme voor populaire muziek van eigen bodem dat de ’eigen’ artiesten ook in staat waren om avondvullende concerten ‘in vol ornaat’ te geven.

Lee Towers is zonder twijfel degene geweest _alle collega’s uit het vak zullen het grif beamen _ die op dat terrein pionierswerk heeft verricht. Door in den beginne, dwars tegen alle heersende stromingen, principes en goedbedoelde adviezen in, te doen wat hij wilde doen. Omdat hij er voor 100 procent in geloofde: uitpakken met spektakelshows, waarop met recht het etiket Internationale klasse kan worden geplakt. Daartoe had Lee eerst vooraanstaande buitenlandse collega’s zorgvuldig bestudeerd, met als voornaamste ontdekking dat wat zij doen eigenlijk niet anders is dan wat ‘wij’ doen. Met als enig verschil dat het grote publiek hier dacht dat ‘groter op’ in Nederland niet zou kunnen.

Ervan overtuigd zijnd dat er veel mogelijk was ging Lee Towers aan de slag. Zijn eerste krachttoer vond plaats in november 1980, uiteraard in zijn eigen thuishaven Rotterdam, waar zijn ster al geruime tijd rijzende was in het nachtclubcircuit na zijn lancering op televisie in ‘De Vuist’ van Willem Duys. Tot veler verbazing trok Lee naar de meest prestigieuze muziektempel, de Doelen, die binnen de kortste keren ook compleet was uitverkocht. Het eerste gedenkwaardige avond Lee Towers (met onder meer als speciale gasten Mini & Maxi) was een feit. Hoe bijzonder dat werd gevonden mocht blijken uit de geweldige media-aandacht: tal voorpagina’s, het NOS Journaal, de bioscoop journaals. Duidelijk was dat zelfs de grootste cynicus zich tegenover dit succes gewonnen moest geven. In een klap had Lee bewezen dat het een fabeltje was dat de Nederlander alleen voor grote internationale acts (als Charles Aznavour, Shirley Bassey of Diana Ross) naar de concertzaal zou willen stappen. Vanaf dat moment heeft de als Leen Huijzer geboren zanger op dat eerste fundament bekwaam verder gebouwd, daarbij maximaal gebruikmakend van de telkens weer positieve pers.

ImageVoor zijn volgende prestigeconcert toog Lee het jaar daarop naar het magische, maar ook schier onneembare Amsterdamse amusementspaleis Theater Carré. De nieuwsgierigheid naar de Rotterdamse durfal bleek in de hoofdstad zo groot dat alle kaarten nog sneller waren verkocht dan eerder voor de Doelen. Ook deze topprestatie bleef niet onopgemerkt, wederom was de landelijke pers volop van de partij en meer dan lovend. Want hier stond een volksjongen uit de Maasstad die het toch maar even flikte om ‘tout Amsterdam’ in vervoering te brengen! Waarmee de bodem was gelegd voor nog een stoutmoediger plan: de vervulling van Lee’ grote wens om een theatertournee door Nederland te ondernemen. Lee Towers in Concert werd in 1982 de codenaam voor een concertreis langs zo’n dertig theaters in het land plus Antwerpen. Met het orkest van Freddy Golden (inclusief achtergrondkoor) en het ballet van Penney de Jager werd overal een perfecte show met alles d’r op en d’r an gepresenteerd, die alleen maar werd bejubeld. Daar moest een vervolg op komen en dat kwam er het volgende jaar ook met An evening with Lee Towers, totaal anders dan ‘in Concert’, maar met minstens zoveel ‘toeters en bellen’ ofwel evenzeer van on-Nederlandse allure .

Uit de enorme bijval trok Lee terecht de conclusie dat Jan Publiek de strekking van zijn avontuurlijke missie had begrepen: laten zien dat in een klein land als het onze net zoveel kan als waaraan Las Vegas en Broadway sinds jaar en dag hun faam aan ontlenen. Mijn geheim is wellicht, heeft Lee Towers wel eens geroepen, dat ik dichtbij de mensen sta, om aan te geven dat hij doorgaans heel goed aanvoelt waar men in den lande behoefte aan heeft. En dat was dus zeker het hoogwaardige entertainment, waarmee Towers durfde uit te pakken en waarvoor menigeen graag bereid was meer te betalen dan voor middelmatigheid. Hierna was zijn overstap naar het nog grotere Ahoy in 1984 eigenlijk niet meer dan logisch. Temeer daar Towers in het Rotterdamse sportpaleis al een flinke reputatie had opgebouwd als vaste speciale gast op de Zesdaagse van Rotterdam, waar hij samen met The Bobby Setter Band elk jaar minimaal één avond het bepaald niet makkelijke wielerpubliek naar euforische hoogten loodste. In Ahoy kon Lee nog veel meer zijn ideeën tot uitvoering brengen vanwege de geweldige grootschaligheid. Het decor hoefde, zoals bij de tournees, niet meer gebaseerd te zijn op de afmetingen van het kleinste theater. Integendeel, de mogelijkheden waren grenzeloos en daar maakte hij naar hartenlust gebruik van. Min of meer zoals Zesdaagse baas (en superfan) Peter Post had voorspeld. En dat Lee niet bang hoefde te zijn voor onvoldoende belangstelling was ook duidelijk, getuige de uitverkochte ‘vierdaagse’ die hij in de Doelen net op zijn conto had bijgeschreven.

Towers wilde dus treden in de voetsporen van Amerikaanse showbizzvedetten als Diana Ross en Lionel Richie en koos daarom voor grof geschut. Naast een ongekend feestelijke aankleding van Ahoy betekende dat het inhuren van het 70-koppige London Symphony Orchestra, dat onder leiding kwam van zijn meesterarrangeur Jerry van Rooyen, plus de allerbeste specialisten op het gebied van licht en geluid. Met Gala of the Year als gewaagde titel moest de vlag ook de lading dekken, meende Lee. Deze eerste klap moest en zou zeker een daalder waard moeten zij, was voor hem de inzet . Vandaar onder meer indrukwekkende nieuwe snufjes (uit Las Vegas) als de computergestuurde Varilights, een lasertunnel en de introductie van vuurwerk als showelement. Muzikale surprises, na de enthousiasmerende openingswoorden van Mies Bouwman, waren onder anderen Julia Loko, die ook deel uitmaakte van het geregeld ingezette zangkoor. Voor het wervelende danswerk tekende ook nu weer het ballet van Penney de Jager. Met ‘Nog nooit vertoond’ kon Lee Towers’ totaalpakket worden aangeprezen en het publiek begreep hem helemaal, want in plaats van een enkele avond werden het meteen twee Gala’s, wat gezien het forse kostenplaatje de ondernemende zanger niet slecht uitkwam. Over de financiële consequenties van dit ongekende avontuur gesproken: modekoning Theo Sythoff en andere kledingverkopers waren maar wat blij met dit chique gebeuren, hun omzetten schoten omhoog. De horeca in de regio kende eveneens een paar veel drukkere oktoberavonden.

ImageBehalve dat de Gala’s of the Year zouden uitgroeien tot een eigen traditie zette Lee Towers er ook een trend mee. Na hem zouden al snel Anita Meyer (in 1985 zijn speciale gaste) en vervolgens talloze andere Nederlandse collega’s de stap naar Ahoy durven nemen.

Te midden van alle lofzangen besefte Lee zelf wel dat dergelijke peperdure producties nooit rendabel zouden kunnen zijn, althans niet zouden kunnen worden bekostigd uit de kaartverkoop. Op de Zesdaagse had hij gezien hoe het bedrijfsleven hunkerde naar klasserijk entertainment en dat het er best geld wilde voor wilde vrijmaken om zo met personeel en relaties heerlijke avondjes te beleven. Inspelend op die behoefte ontwikkelde Towers samen met Jan Leupe van Ahoy de zogeheten sponsorpakketten, waaraan supertickets waren gekoppeld. De zo gegenereerde extra inkomsten, een werkwijze die eveneens gauw navolging zou vinden, zouden telkens weer een belangrijke pijler vorm bij de financiële onderbouwing van al Lee Towers zijn stuntwerk.

Liet Towers in 1985 het sportpaleis al vier keer vollopen, in 1986 volgden er zes uitverkochte avonden (met Doby Gray en Danny de Munk).Waarna in 1987 (met Labi Sifre en Sandra Reemer) en 1988 (met Madeline Bell en Wim Koopmans) Ahoy liefst achtmaal werd bespeeld.. In verband met een theatertournee sloeg Lee in 1989 een jaartje over, maar was hij weer (zes avonden ) op zijn favoriete speelplaats, met Anita Meyer als Gala-partner en Gerard Joling als speciale gast. 1991 werd vervolgens de tot driemaal toe gepresenteerde editie met Timeless en de ‘nieuwe Pavarotti’ Jorge Castro. Daarop volgden nog eens vier Gala’s in 1993 (met Sandra Reemer en Jan Vayne) en evenzovele avonden in 1995 onder de noemer Jubilee ( in het kader van Towers twintig jaar in het vak, met andermaal Anita Meyer, Arno Kolenbrander en Maurice Kroon). De teller kwam zodoende op 45 eigen spektakelshows in Ahoy, een absoluut record, voor Lee tevens het sein om zich niet meer bijna jaarlijks te focussen op super producties aldaar. In ander verband zal het sportpaleis een voorname plaats blijven innemen in zijn agenda.

Dat Lee Towers intussen ook aan andere fronten zijn dromen heeft waargemaakt komt naar voren in de imponerende platencatalogus die achter zijn naam schuilt en die naast publieksbonussen in de vorm van gouden en platina exemplaren een hele rits andere prijzen hebben opgeleverd, waaronder meerdere Edisons en de TROS Productieprijs. Verder is hem als artiest menige onderscheiding ten deel gevallen, zoals het Gouden Hart van Rotterdam en de verkiezing tot Entertainer of The Year en Meest betrouwbare artiest van de afgelopen tien jaar. In verband met de lengte staat het volledige scorebord onderaan dit portret vermeld. Een ereprijs moet er evenwel apart worden uitgelicht: de Graceland Award die Lee in 1995 kreeg namens de erven van Elvis Presley, waardoor hij zich als enige Europese artiest ‘one of the Kingsmen’ mag noemen, iets waar Towers tot zijn laatste ademstoot ongelooflijk trots op zal zijn.

Ooit onderhoudsmonteur van beroep en aanvankelijk gemakshalve bestempeld als ‘De Sinatra van Nederland’ is gaandeweg elke landgenoot ervan doordrongen bij Lee Towers te maken te hebben met een zeer bijzondere persoonlijkheid, die zijn overduidelijke Amerikaanse invloeden altijd op interessante wijze naar zijn eigen hand zet.

Waar hij zich in de tweede helft van de jaren negentig minder zingend laat gelden, daar manifesteert Lee zich meer als sociaal betrokken medeburger. Goede doelen hebben een opperbeste aan hem, want Towers staat als het even kan klaar om hun verzoeken om te zetten in hulpacties. Waren zijn duet met Bart de Graaf (‘Ik Wou Dat Ik Voor Een Keer In Mijn Leven Een Tovenaar Kon Zijn’) en het kerstalbum (‘When A Child Is Born’) incidentele ‘steunbetuigingen’ (ten bate van Unicef), van structurele aard is zijn rol als goodwill ambassadeur van de Dr. Daniel den Hoed Kliniek en het Sophia Kinderziekenhuis.

ImageZou deze man ook nog een privéleven kunnen hebben? Wel degelijk! Lee(n) heeft tussen alle showbizzbedrijven altijd kan gezien een zeer zorgzame echtgenoot en vader te blijven voor zijn Laura en hun vier kinderen, die hen inmiddels elf kleinkinderen hebben bezorgd. Op het persoonlijk is het niet altijd even leuk geweest. Met name 1997 bleek een rampjaar, waarin de familie Huijzer vele dierbaren verloor. Onder hen bevonden zich Lee’s jongste broer, zijn schoondochter Jeanine en haar vader, twee muziekvrienden uit het orkest First Showband, zijn arrangeur Herman Schoonderwalt en zijn advocaat Reinier de Jonge.

In 1998 kan Towers gelukkig weer de zinnen verzetten als hij ingaat op de uitnodiging van Frans Bauer om hem te adviseren voor zijn spektakels in Ahoy. Als artistiek regisseur ziet Lee dat ‘ons Frans’ daar ook zijn mannetje staat, nog niet wetende dat deze hem nog eens als recordhouder zal bedreigen. Zelf brengt Lee zijn totaal aantal eigen avondjes Ahoy op 50 door te jubileren met Gala of the Year 2000, waarbij de gastenlijst wordt gevuld door onder anderen Karin Bloemen, Frans Bauer, René Froger, Anita Meyer en Jan Rietman. Burgemeester Ivo Opstelten verrast hem op de vijfde en laatst avond met een nieuw koninklijk lintje. Van Ridder in de Orde van Oranje Nassau wordt Lee bevorderd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Van deze speciale Gala-uitgave verschijnen in 2001 complete registraties op dvd en cd. Het feit dat Rotterdam 40 jaar de grootste haven van de wereld heeft en Lee Towers inmiddels daarvan de muzikale ambassadeur is geworden leidt eind 2002 tot opnieuw een bijzonder hoogstandje. Ditmaal is het net afgebouwde Luxor Theater op de Kop van Zuid de plaats van handeling. Voor tien avonden Harbour Lights nodigt Lee Towers vooral Rotterdamse collega’s uit, onder wie Gerard Cox, Loes Luca en Jules Deelder. De meest bijzondere gast is evenwel de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton, die Lee op het podium complimenteert met zijn vertolking van Neil Diamond’s America.

Nadat LeeTowers in 2005 op de plaat met My Favourites nog eens vele fans een plezier heeft gedaan, werkt hij in 2008 voor het eerst mee aan een rondtrekkende theatershow, waarin hij zelf niet de leiding heeft: Hollywood in Concert met het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht.

In september 2006 overlijdt Bas Sonneveld ten gevolge van een slopende ziekte. Bas is 31 jaar lang de geluidsman geweest van Lee(n). Ze reisden samen al die jaren door Nederland. Ze zagen elkaar meer dan hun eigen vrouw, vertelde Leen wel eens gekscherend. Bas was als een broer voor Lee(n) en daarnaast was Bas zijn beste vriend. Lee(n) verbleef in die periode zelf in het ziekenhuis, hij was aan zijn knie geopereerd en kreeg daar bovenop een hardnekkig virus. De artsen hebben hem toestemming gegeven om de begrafenis van Bas bij te wonen, weliswaar op krukken, maar het was op deze manier voor Lee(n) toch mogelijk om afscheid te nemen van zijn beste vriend.

Op 1 november 2011 keert Lee Towers onder eigen vlag nog een keer terug in Ahoy met de eenmalige supershow  One Night Only. Het sportpaleis zit tjokvol, de gastheer verkeert in topvorm en laat het publiek en passant kennismaken met zijn hele familie, onder wie zijn hoogbejaarde moeder. Mr.Pieter van Vollenhoven heeft voor Lee nog een onderscheiding in petto: de Radio 5 Nostalgia Oeuvre Award. We want more, klinkt het nog lang na afloop, eigenlijk tot op de dag van vandaag.

In de loop van 2012 haalt Towers eerst weer de banden aan met België, waar Universal zijn album Memories dolgraag uitbrengt. Lee treedt op in meerdere televisieshows, wordt tijdens interviewdagen het hemd van het lijf gevraagd en merkt dat iedereen (ook collega Will Tura) enthousiast is over zijn gang zuidwaarts. Dat belooft veel voor zijn theatershows in België later dit voorjaar.

2013 is voor Lee Towers al goed begonnen in de wetenschap dat hij zijn opwachting maakt op het International Film Festival Rotterdam. Daar gaat op 27 januari de 93 minuten durende documentaire in première, die Hans Heijnen afgelopen jaar van hem gemaakt. De titel laat zich raden: Lee Towers, The Voice of Rotterdam.